ĎZeg tegen de IsraŽlieten: ďWanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik jullie zal geven en je daar de oogst binnenhaalt, moeten jullie de eerste schoof van je gersteoogst naar de priester brengen. 11 De priester moet de schoof ten overstaan van de HEER omhoogheffen opdat die als offer zal worden aanvaard. De priester moet de schoof omhoogheffen op de dag na de sabbat. Leviticus 23:10,11

Net als Pesach is ook het Eerstelingfeest een onderdeel van Matzot, ĎHet feest der ongezuurde brodení. Het werd vermoedelijk* gevierd op de eerste dag van de week (de zondag) na Pesach. De IsraŽlieten offerden eerst een onberispelijk lam en daarna de eerste korenschoof van de gersteoogst. De schoof werd in de lucht gehouden als een pasgeboren baby en heen en weer bewogen in alle windrichtingen.

Sinds de verwoesting van de tempel en de ballingschap van de IsraŽlieten, is het feest in onbruik geraakt. Sommigen bleven het vieren op de 16e Nisan, de dag na Pesach. Men sprak verschillende zegeningen uit en begon met het tellen van de vijftig dagen naar het Wekenfeest (is omertelling).

* Volgens de opvatting van de Sadduceeën was dit de dag na de gewone sabbat na pesach, dus de zondag; volgens de opvatting van de Farizeeën was dit de dag na de zogenaamde grote sabbat na pesach en kon dit op elke dag van de week vallen.

Het Eerstelingfeest is een oogstfeest, waarmee de IsraŽlieten hun dankbaarheid toonden aan God en tegenover de wereld getuigden van zijn voorzienigheid. Het feest laat God zien als de belangrijkste bron van leven, vruchtbaarheid en groei.

De opstanding van Jezus vond hoogstwaarschijnlijk plaats op het Eerstelingfeest. In het Nieuwe Testament wordt de opgestane Christus dan ook gezien als Ďeersteling van hen, die ontslapen zijní (I Kor. 15:20 NBG51). Jezus zelf maakt ook een toespeling op dit feest. In Johannes 12:24 vergelijkt hij zichzelf met een graankorrel die moet sterven om vrucht te kunnen dragen. In het licht van het Nieuwe Testament is het Eerstelingfeest dus eigenlijk ook het opstandingsfeest.